Opmerkelijk hoe technologie in een relatief korte periode kan evalueren. Lees hoe het internet zich de afgelopen 50 jaar heeft ontwikkeld van een spin-off van de koude oorlog tot een technologie die de fysieke wereld toegankelijk maakt voor het grote publiek.

Een korte geschiedenis (zie wikipedia voor details)

Het ontstaan van het internet gaat terug naar het einde van de jaren 60. Als gevolg van de koude oorlog werd binnen het ARPA project een computernetwerk ontwikkeld. Dit ARPAnet was bedoeld om de schaarse mainframe computers van Amerikaanse universiteiten te kunnen laten samenwerken voor de ontwikkeling van de geavanceerde Amerikaanse defensie technologie. Het ARPA protocol is later verfijnd en resulteerde o.a. in het tot op de dag van vandaag gebruikte TCP/IP protocol.

Pas veel later, in de jaren 90, werd m.n. door Tim Berners-Lee, wetenschapper bij het CERN in Zwitserland, het zgn. hypertext transfer protocol (http) ontwikkeld. Internetgebruikers hoefden elektronische documenten niet langer lineair (van begin tot achter) door te nemen maar konden nu ad hoc (middels hyperlinks) door’klikken’ naar andere passages binnen hetzelfde document of naar een ander document dat op een willekeurige andere computer ergens anders op de wereld was opgeslagen. Kort daarna is hieruit het bekende World Wide Web (WWW) gegroeid en tegenwoordig is door’klikken’ de gewoonste zaak van de wereld.

Medio jaren 1990, na de introductie van MS Windows95 en met name door de lancering van Internet Explorer (IE3), kwamen het internet en het WWW beschikbaar voor het grote publiek. Het WWW wordt daarom ook wel “het internet der mensen” genoemd. Het aantal internetaansluitingen groeide hierdoor exponentieel. Nu, anno 2012, zijn er zelfs zoveel aansluitingen dat het oorspronkelijke IPv4 protocol niet meer voldoende (2^32 = 4 miljard!) adressen kent om iedereen aan te kunnen sluiten. Met de komst van IPv6 (met 2^128 adressen) lijkt dit probleem voorlopig weer even opgelost.

 

 

The Internet Of Things (IoT)

In 1999 ontstond het idee dat niet alleen mensen maar dat ook allerlei apparaten en andere “dingen” met het internet gekoppeld zouden kunnen worden; the Internet of Things. Denk bijvoorbeeld aan een weerstation dat zijn meetgegevens volautomatisch op een eigen website publiceert. Of het kopieerapparaat dat automatisch een seintje aan de service-afdeling geeft zodra er onderhoud nodig is, of de slimme meter in de meterkast die automatisch de GWL standen doorgeeft aan de leveranciers, of de inbraakbeveiliging die op afstand kan worden bediend en bewaakt. In 1999 leek dit allemaal nog erg futuristisch maar het Internet of Things (IoT) is inmiddels volop realiteit. En de schattingen lopen uiteen, maar in 2020 zullen naar verwachting 20-50 biljoen apparaten met het internet verbonden zullen zijn. De techniek is er klaar voor en business opportunities zijn er volop. Denk bijvoorbeeld aan de toenemende behoefte aan comfort en veiligheid en aan telezorg, maar ook aan de opkomst van het Smart Grid.

Zelf snel iets bouwen

Voor het bouwen van een eenvoudig IoT apparaat zijn tegenwoordig veel standaard bouwblokken voorhanden. Met name het Arduino platform is erg populair, een open source hardware platform dat wereldwijd omarmd wordt door onderwijsinstellingen, rapid-prototype bouwers en door ontwerpers van interactieve kunst. Maar ook de Mbed en de Raspberry Pi hardware platformen zijn razend populair. Een standaard Arduino UNO, voorzien van een ethernetshield en wat sensoren is voldoende om snel iets leuks te realiseren. En ook voor de ontwikkeling van de benodigde software zijn voldoende open-source bibliotheken beschikbaar. Ideale platformen dus voor Creatieve Technologen.

Cloud services

bronlocaties van Cosm sensordata

Nog veel leuker is het beschikbaar zijn van cloud services voor het verzamelen, bundelen en voor het visualiseren van allerlei meetdata. Voorbeelden hiervan zijn Cosm (voorheen Pachuba) en Nimbits. Beiden bieden een op het http-protocol gebaseerde API dieĀ eenvoudig in een Arduino omgeving is te implementeren. Hiermee kun je je eigen meetdata versturen en visualiseren en triggers (eventueel via Twitter) laten versturen als grenswaardes overschreden worden.

Het boek “building the internet of things with Arduino” geeft een heldere uitleg over hoe je dit kunt aanpakken. Ikzelf heb inmiddels mede op basis van dit boek een TweepMachine gebouwd die meetwaardes uit mijn lab en ook twitterberichten verstuurt en die ook reageert op naar hem verstuurde twitterberichten. Hierover meer binnenkort in een volgende blog.

Intussen zou je ook alvast eens hetĀ kick-starter-fundedair quality egg‘ project kunnen bestuderen.

Internet of Things – wordt de publieke ruimte “public domain”?
Tagged on: